Onlangs kreeg ik een zogeheten monitor Sociaal Domein
onder ogen. Hierin werden door de VNG gegevens van gemeenten van gelijke omvang
met elkaar vergeleken. Daarin zaten voor Werkendam twee opmerkelijke dingen. De
eerste betreft het aantal re-integratievoorzieningen in 2015 en de eerste helft
van 2016. De gemeente Werkendam blijkt dan nog niet half zoveel
integratie-voorzieningen in te zetten als andere gemeenten met 25 tot 50
duizend inwoners. Een deel van de verklaring lijkt te zitten in het kleinere aantal
personen met een bijstandsuitkering dat onze gemeente telt (een kleine 40% minder),
maar helemaal dekkend is deze verklaring niet. Opmerkelijker vond ik de cijfers
mbt het aantal mensen dat gebruik maakt van de WMO. In het eerste half jaar van
2016 bleken we 38% minder cliënten met een maatwerkvoorziening te hebben dan
andere gemeenten met 25 tot 50 duizend inwoners. Uiteraard heb ik gevraagd naar
een verklaring. Deze bleek niet echt te geven, maar men vermoedde dat het te
maken had met het feit dat Werkendam een plattelandsgemeente is en dat
‘bewezen’ is dat stedelijk gebied veel meer mensen heeft met een
maatwerkvoorziening. Omdat de verschillen zo groot zijn blijft dit zeer
onbevredigend en de vraag naar het waarom van het verschil blijft dan ook knagen.
Wellicht kan de rekenkamercommissie uitkomst bieden? Zij gaan onderzoek doen
naar de “toegang tot de maatschappelijke ondersteuning”? Wat mij betreft gaat
dat zich toespitsen op een antwoord op de vraag: “Welke rol speelt de toegang
tot de maatschappelijke ondersteuning is het relatief kleine aantal
maatwerkvoorzieningen dat toegekend wordt?”
dinsdag 25 april 2017
woensdag 19 april 2017
Zwarte Schuur
Op een eiland, midden in de Biesbosch, staat een grote boerenschuur. Vanmorgen mocht ik er met de fluisterboot heen varen. Ik maakte kennis met enkele vrijwilligers van Stichting De Zwarte Schuur. Zij hebben het pand van de sloop gered en zijn het nu met – doorgaans gekregen – oude materialen aan het restaureren. De Zwarte Schuur wordt straks opgenomen in verschillende vaartochten en zal het boerenleven van weleer laten zien. Mooi project!
dinsdag 11 april 2017
Meer aandacht voor “laaggeletterden”
De raden van Aalburg, Werkendam en Woudrichem hebben
ingestemd met de besturingsfilosofie en het dienstverleningsconcept voor de
nieuwe gemeente Altena. Namens Progressief Altena verzocht ik om in het
dienstverleningsconcept een tweetal kleine toevoegingen te doen. Een overgrote
meerderheid van de drie raden was het daarmee eens.
Wat wil het geval:
Als nieuwe gemeente Altena willen we voor onze inwoners bereikbaar,
toegankelijk en laagdrempelig zijn. In het voorstel werd daar op
verschillende manieren betekenis aangegeven. Progressief Altena miste er echter
eentje, namelijk het taalgebruik dat gebezigd wordt. Willen we als gemeente
Altena echt voor al onze inwoners toegankelijk en laagdrempelig zijn dan zullen
we met elkaar een taal moeten spreken en schrijven die voor iedereen te
begrijpen is.
Het tweede punt betrof de digitale slag
die we als nieuwe gemeente Altena willen maken. Progressief Altena kan daar
helemaal achter staan. Op dit gebied is nog veel winst te behalen. We moeten
ons echter ook realiseren dat niet al onze inwoners een computer hebben of
dusdanig zijn toegerust dat ze “alles” digitaal kunnen regelen. Hoewel eerder
in het dienstverleningsconcept al aangegeven stond dat we op diverse manieren
bereikbaar zijn, wilde ik dat graag onder het kopje “onze dienstverlening is
zoveel mogelijk digitaal” nog eens extra benadrukt zien. Er mag in de ogen van
Progressief Altena namelijk geen enkele twijfel bestaan dat inwoners voor ALLES
ook nog telefonisch, persoonlijk of per post terecht kunnen bij de gemeente.
Dankzij brede steun vanuit de raden worden beide zaken opgenomen
in het dienstverleningsconcept en daarmee komt er in de nieuwe gemeente Altena dus
nadrukkelijker aandacht voor inwoners die minder (digi)taalvaardig zijn.
dinsdag 4 april 2017
Omgevingswet
Ik had ‘m al her en der langs zien komen, maar ik had
geen idee wat die Omgevingswet nu eigenlijk was. Of beter gezegd: moet gaan
worden. Na de decentralisaties op het gebied van jeugd, zorg en werk, blijkt er
met de Omgevingswet opnieuw een decentralisatie aan te komen. En die zou nog
weleens veelomvattender kunnen zijn dan wat gemeenten net gerealiseerd hebben.
Althans, dat is wat ik me gisteravond tijdens een informatiebijeenkomst heb
laten vertellen. Ook bij de Omgevingswet gaat het om een terugtredende overheid
en om een rolverschuiving tussen gemeente en inwoners.
Waar gaat het om? Van 26 wetten moet 1 wet gemaakt
worden, 120 AMvB’s moeten teruggebracht worden tot 4 AMvB’s en 120 ministeriële
regelingen moeten er circa 10 worden. Dit biedt kansen op het schrappen van
regels, het versnellen van procedures, op meer lokale afwegingsruimte en op een
grotere rol voor initiatieven van inwoners. Als gemeente moeten we straks
bepalen of we een vergunning voor een inrit nog nodig vinden, of voor elk
evenement een vergunning noodzakelijk is, of en hoe een tuinhuis gebouwd mag
worden of dat we dat aan de buurt over laten, enz, enz.
Boeiende vragen. Ik neig naar zoveel mogelijk afschaffen van
regels en dus veel overlaten aan de inwoners. Waarom zou een gemeente moeten
bepalen wat inwoners zelf of inwoners onderling ook kunnen? Aan de andere kant
kan dat natuurlijk ook gruwelijk mis gaan. Niet altijd komen inwoners er immers
samen uit en wat de één enthousiast maakt, is voor de ander een gruwel. Het zal
kortom toch best lastig worden te bepalen wat je wel en wat je niet in regels
vastlegt en waar je wel en waar je niet op gaat handhaven. Gelukkig hebben we nog
een paar jaar de tijd voor het helemaal vast moet liggen
Abonneren op:
Posts (Atom)