Na eerder een werksessie over de omgevingswet als voorbereiding op de fusie in Altena, was er gisteravond een werksessie over het Sociaal Domein. Centraal stond de vraag hoe de toegang tot de WMO, de jeugdzorg en de participatiewet er uit zou moeten zien. Met slechts een beperkt aantal raadsleden uit de drie gemeenten gingen we aan de slag met een tweetal stellingen, namelijk:
• Als je kerngericht werkt, heb je geen centraal loket nodig.
• De gemeente moet zijn verantwoordelijkheid nemen en mag de toegang tot de zorg nooit volledig uitbesteden.
Met de eerste stelling was ik het eens. Althans voor zover het een fysiek loket betreft. Een telefonisch en een digitaal loket kan (en moet) naar mijn idee wel centraal geregeld zijn. Net als de backoffice overigens. Ik stel mij een vaste professionele generalist (of 2 of 3) voor per kern(gebied) van een zekere omvang. Hij/zij is daar één of meerdere keren per week - in een school of dorpshuis - fysiek benaderbaar door de inwoners en kan via het centrale telefonische en digitale loket “altijd” ook op andere momenten benaderd worden. Voor vertrouwelijke gesprekken is er een gespreksruimte aanwezig, of – beter nog – die gesprekken vinden thuis bij de “hulp”vrager plaats. Relatief eenvoudige zaken kan deze generalist zelf afhandelen, voor meer ingewikkelde vragen kan hij/zij ter plaatse een afspraak inboeken met een collega. Wie niet in het eigen dorp het fysieke loket kan of wil bezoeken, kan altijd een dorp verderop terecht.
Met de tweede stelling was ik het aanvankelijk oneens, totdat collega-raadslid MvD mij de keerzijde liet zien. Immers, je kunt nooit één organisatie vinden die op zowel de jeugdzorg, als de participatiewet, als de WMO alle kennis en kunde in huis heeft om de toegang goed te regelen. De toegang zou dan bij drie organisaties komen te liggen en daarmee wordt het totale en integrale beeld gemist. Door de toegang in handen van de gemeente te houden kunnen alle lijntjes aan elkaar gekoppeld worden en kan ook beter gewerkt worden aan “één gezin, één plan, één regisseur”.
dinsdag 16 mei 2017
woensdag 10 mei 2017
De bieb
Bibliotheek CultuurpuntAltena heeft een beleidskompas gepresenteerd voor de jaren 2017 -2020. Het was even wennen dat “de plaats om boeken te lenen” niet langer synoniem is voor “bibliotheek”, maar dat de bibliotheek minder en tegelijk ook veel meer is geworden.
Voor de bekende functie van taal en leesbevordering is men in veel dorpskernen aangewezen op de computer om vervolgens een besteld boek af te halen bij een servicepunt. Voor de relatief nieuwe functies van “cultuureducatie” en “mediawijsheid en digitale vaardigheden” ziet Progressief Altena de bieb vooral als spil, als aanjager, als netwerker op terreinen waar ook andere organisaties opereren. Immers gaat het over cultuureducatie dan kom je ook op het terrein van historische verenigingen, van muziekorganisaties, van toneelverenigingen, van een monumentendag. En heb je het over de programmalijn taal- en leesbevordering dan komt de bibliotheek op het terrein van scholen en aanbieders van inburgeringstrajecten. Het is echter geen verkeerd idee om alle lijntjes ergens bij elkaar te bundelen, om ergens een plek te hebben waar al deze dingen samen komen. De bieb kan daarin, in optiek van Progressief Altena, een goeie rol vervullen.
Bovenstaande was gisteravond in de commissie Inwoners in grote lijnen de intro van mijn bijdrage over het beleidsplan van bibliotheek CultuurpuntAltena. Daarna stelde ik vragen over de bieb op het Altena College en in Hank en over de wijze waarop de bieb aan de slag is of gaat met laaggeletterdheid. Maar vooral vroeg ik aandacht voor de groep mensen die weinig of niet digitaalvaardig is en die daarmee mogelijk onvoldoende door de bieb bediend wordt. Gesuggereerd werd om voor deze groep een beroep te doen op de VOA’s (vrijwillige ouderen adviseurs) en op leerlingen die een maatschappelijke stage moeten vervullen. Helemaal goed; als het maar gebeurt! Op andere vragen had de wethouder helaas ter plekke geen antwoord. Daarvoor is het wachten op een schriftelijke reactie.
Voor de bekende functie van taal en leesbevordering is men in veel dorpskernen aangewezen op de computer om vervolgens een besteld boek af te halen bij een servicepunt. Voor de relatief nieuwe functies van “cultuureducatie” en “mediawijsheid en digitale vaardigheden” ziet Progressief Altena de bieb vooral als spil, als aanjager, als netwerker op terreinen waar ook andere organisaties opereren. Immers gaat het over cultuureducatie dan kom je ook op het terrein van historische verenigingen, van muziekorganisaties, van toneelverenigingen, van een monumentendag. En heb je het over de programmalijn taal- en leesbevordering dan komt de bibliotheek op het terrein van scholen en aanbieders van inburgeringstrajecten. Het is echter geen verkeerd idee om alle lijntjes ergens bij elkaar te bundelen, om ergens een plek te hebben waar al deze dingen samen komen. De bieb kan daarin, in optiek van Progressief Altena, een goeie rol vervullen.
Bovenstaande was gisteravond in de commissie Inwoners in grote lijnen de intro van mijn bijdrage over het beleidsplan van bibliotheek CultuurpuntAltena. Daarna stelde ik vragen over de bieb op het Altena College en in Hank en over de wijze waarop de bieb aan de slag is of gaat met laaggeletterdheid. Maar vooral vroeg ik aandacht voor de groep mensen die weinig of niet digitaalvaardig is en die daarmee mogelijk onvoldoende door de bieb bediend wordt. Gesuggereerd werd om voor deze groep een beroep te doen op de VOA’s (vrijwillige ouderen adviseurs) en op leerlingen die een maatschappelijke stage moeten vervullen. Helemaal goed; als het maar gebeurt! Op andere vragen had de wethouder helaas ter plekke geen antwoord. Daarvoor is het wachten op een schriftelijke reactie.
vrijdag 5 mei 2017
Het schiet niet op met de jeugdsoos
Al heel lang praat de Werkendamse raad over het realiseren van een accommodatie voor jongeren in de kern Werkendam. Verschillende locaties zijn “onderzocht”, maar hebben tot op heden tot niets geleid. In juli 2016 werd een motie aangenomen waarin uitgesproken werd met een kostenraming te komen voor een combinatie van een jeugdsoos met de ijsclub. Die raming was er in september 2016, maar het plan werd gelijk door het college afgeschoten vanwege de geplande woningbouw nabij de locatie ijsclub. Een mobiele jeugdaccommodatie op die locatie zou wellicht wel een optie zijn. Een kostenraming daarvan zou uiterlijk in november volgen. Deze bleef uit.
In dezelfde periode kwam het college van B&W wel met een ander plan, namelijk om een JOP (ontmoetingspunt in de openlucht) te realiseren bij Werkina. Ook dat ging niet door, maar zou wel heroverwogen worden als eerst de overlast op de betreffende locatie was gereduceerd.
Vervolgens werd vanaf oktober iedere vraag over een jongerenaccommodatie door het college weggewimpeld. Immers…… Radar Advies was bezig met een onderzoek naar jeugdoverlast in de gemeente. Ze zouden komen met een “Plan van Aanpak met daarin o.a. het al of niet realiseren van een jeugdaccommodatie per kern” (aldus wethouder Bakker op 31/1/17). Het betreffende advies zou er in februari liggen.
Vol verwachting klopte mijn hart toen ik op Koningsdag eindelijk het rapport onder ogen kreeg. Het Plan van Aanpak mbt een jeugdaccommodatie blijkt niets meer en niets minder dan het volgende: “Onderzoeken mogelijkheden voor accommodatie” en wel als volgt: “Betrek jongeren in het onderzoek naar een locatie en inrichting/bouw accommodatie; Stel gedragsregels op; Geef jongeren verantwoordelijkheid in het runnen van de accommodatie; Betrek bewoners actief bij de accommodatie.”
Afijn lekker opgeschoten sinds september…. Het zoeken naar een locatie doen we al meer dan twee jaar en op nagenoeg dezelfde wijze als omschreven……
Naar mijn mening wordt het tijd om door te pakken. Of we trekken daadwerkelijk geld uit en gaan samen met jongeren stenen stapelen en nemen eventuele hobbels voor lief. Of we besluiten dat het een zoeken is naar een onvindbare naald in een hooiberg en blazen dus de jeugdaccommodatie in Werkendam af. Mijn voorkeur gaat uit naar het eerste en wel op de locatie ijsbaan, maar bovenal vind ik dat het leuren en zeuren lang genoeg heeft geduurd.
In dezelfde periode kwam het college van B&W wel met een ander plan, namelijk om een JOP (ontmoetingspunt in de openlucht) te realiseren bij Werkina. Ook dat ging niet door, maar zou wel heroverwogen worden als eerst de overlast op de betreffende locatie was gereduceerd.
Vervolgens werd vanaf oktober iedere vraag over een jongerenaccommodatie door het college weggewimpeld. Immers…… Radar Advies was bezig met een onderzoek naar jeugdoverlast in de gemeente. Ze zouden komen met een “Plan van Aanpak met daarin o.a. het al of niet realiseren van een jeugdaccommodatie per kern” (aldus wethouder Bakker op 31/1/17). Het betreffende advies zou er in februari liggen.
Vol verwachting klopte mijn hart toen ik op Koningsdag eindelijk het rapport onder ogen kreeg. Het Plan van Aanpak mbt een jeugdaccommodatie blijkt niets meer en niets minder dan het volgende: “Onderzoeken mogelijkheden voor accommodatie” en wel als volgt: “Betrek jongeren in het onderzoek naar een locatie en inrichting/bouw accommodatie; Stel gedragsregels op; Geef jongeren verantwoordelijkheid in het runnen van de accommodatie; Betrek bewoners actief bij de accommodatie.”
Afijn lekker opgeschoten sinds september…. Het zoeken naar een locatie doen we al meer dan twee jaar en op nagenoeg dezelfde wijze als omschreven……
Naar mijn mening wordt het tijd om door te pakken. Of we trekken daadwerkelijk geld uit en gaan samen met jongeren stenen stapelen en nemen eventuele hobbels voor lief. Of we besluiten dat het een zoeken is naar een onvindbare naald in een hooiberg en blazen dus de jeugdaccommodatie in Werkendam af. Mijn voorkeur gaat uit naar het eerste en wel op de locatie ijsbaan, maar bovenal vind ik dat het leuren en zeuren lang genoeg heeft geduurd.
dinsdag 25 april 2017
Waarom minder WMO maatwerk?
Onlangs kreeg ik een zogeheten monitor Sociaal Domein
onder ogen. Hierin werden door de VNG gegevens van gemeenten van gelijke omvang
met elkaar vergeleken. Daarin zaten voor Werkendam twee opmerkelijke dingen. De
eerste betreft het aantal re-integratievoorzieningen in 2015 en de eerste helft
van 2016. De gemeente Werkendam blijkt dan nog niet half zoveel
integratie-voorzieningen in te zetten als andere gemeenten met 25 tot 50
duizend inwoners. Een deel van de verklaring lijkt te zitten in het kleinere aantal
personen met een bijstandsuitkering dat onze gemeente telt (een kleine 40% minder),
maar helemaal dekkend is deze verklaring niet. Opmerkelijker vond ik de cijfers
mbt het aantal mensen dat gebruik maakt van de WMO. In het eerste half jaar van
2016 bleken we 38% minder cliënten met een maatwerkvoorziening te hebben dan
andere gemeenten met 25 tot 50 duizend inwoners. Uiteraard heb ik gevraagd naar
een verklaring. Deze bleek niet echt te geven, maar men vermoedde dat het te
maken had met het feit dat Werkendam een plattelandsgemeente is en dat
‘bewezen’ is dat stedelijk gebied veel meer mensen heeft met een
maatwerkvoorziening. Omdat de verschillen zo groot zijn blijft dit zeer
onbevredigend en de vraag naar het waarom van het verschil blijft dan ook knagen.
Wellicht kan de rekenkamercommissie uitkomst bieden? Zij gaan onderzoek doen
naar de “toegang tot de maatschappelijke ondersteuning”? Wat mij betreft gaat
dat zich toespitsen op een antwoord op de vraag: “Welke rol speelt de toegang
tot de maatschappelijke ondersteuning is het relatief kleine aantal
maatwerkvoorzieningen dat toegekend wordt?”
woensdag 19 april 2017
Zwarte Schuur
Op een eiland, midden in de Biesbosch, staat een grote boerenschuur. Vanmorgen mocht ik er met de fluisterboot heen varen. Ik maakte kennis met enkele vrijwilligers van Stichting De Zwarte Schuur. Zij hebben het pand van de sloop gered en zijn het nu met – doorgaans gekregen – oude materialen aan het restaureren. De Zwarte Schuur wordt straks opgenomen in verschillende vaartochten en zal het boerenleven van weleer laten zien. Mooi project!
dinsdag 11 april 2017
Meer aandacht voor “laaggeletterden”
De raden van Aalburg, Werkendam en Woudrichem hebben
ingestemd met de besturingsfilosofie en het dienstverleningsconcept voor de
nieuwe gemeente Altena. Namens Progressief Altena verzocht ik om in het
dienstverleningsconcept een tweetal kleine toevoegingen te doen. Een overgrote
meerderheid van de drie raden was het daarmee eens.
Wat wil het geval:
Als nieuwe gemeente Altena willen we voor onze inwoners bereikbaar,
toegankelijk en laagdrempelig zijn. In het voorstel werd daar op
verschillende manieren betekenis aangegeven. Progressief Altena miste er echter
eentje, namelijk het taalgebruik dat gebezigd wordt. Willen we als gemeente
Altena echt voor al onze inwoners toegankelijk en laagdrempelig zijn dan zullen
we met elkaar een taal moeten spreken en schrijven die voor iedereen te
begrijpen is.
Het tweede punt betrof de digitale slag
die we als nieuwe gemeente Altena willen maken. Progressief Altena kan daar
helemaal achter staan. Op dit gebied is nog veel winst te behalen. We moeten
ons echter ook realiseren dat niet al onze inwoners een computer hebben of
dusdanig zijn toegerust dat ze “alles” digitaal kunnen regelen. Hoewel eerder
in het dienstverleningsconcept al aangegeven stond dat we op diverse manieren
bereikbaar zijn, wilde ik dat graag onder het kopje “onze dienstverlening is
zoveel mogelijk digitaal” nog eens extra benadrukt zien. Er mag in de ogen van
Progressief Altena namelijk geen enkele twijfel bestaan dat inwoners voor ALLES
ook nog telefonisch, persoonlijk of per post terecht kunnen bij de gemeente.
Dankzij brede steun vanuit de raden worden beide zaken opgenomen
in het dienstverleningsconcept en daarmee komt er in de nieuwe gemeente Altena dus
nadrukkelijker aandacht voor inwoners die minder (digi)taalvaardig zijn.
dinsdag 4 april 2017
Omgevingswet
Ik had ‘m al her en der langs zien komen, maar ik had
geen idee wat die Omgevingswet nu eigenlijk was. Of beter gezegd: moet gaan
worden. Na de decentralisaties op het gebied van jeugd, zorg en werk, blijkt er
met de Omgevingswet opnieuw een decentralisatie aan te komen. En die zou nog
weleens veelomvattender kunnen zijn dan wat gemeenten net gerealiseerd hebben.
Althans, dat is wat ik me gisteravond tijdens een informatiebijeenkomst heb
laten vertellen. Ook bij de Omgevingswet gaat het om een terugtredende overheid
en om een rolverschuiving tussen gemeente en inwoners.
Waar gaat het om? Van 26 wetten moet 1 wet gemaakt
worden, 120 AMvB’s moeten teruggebracht worden tot 4 AMvB’s en 120 ministeriële
regelingen moeten er circa 10 worden. Dit biedt kansen op het schrappen van
regels, het versnellen van procedures, op meer lokale afwegingsruimte en op een
grotere rol voor initiatieven van inwoners. Als gemeente moeten we straks
bepalen of we een vergunning voor een inrit nog nodig vinden, of voor elk
evenement een vergunning noodzakelijk is, of en hoe een tuinhuis gebouwd mag
worden of dat we dat aan de buurt over laten, enz, enz.
Boeiende vragen. Ik neig naar zoveel mogelijk afschaffen van
regels en dus veel overlaten aan de inwoners. Waarom zou een gemeente moeten
bepalen wat inwoners zelf of inwoners onderling ook kunnen? Aan de andere kant
kan dat natuurlijk ook gruwelijk mis gaan. Niet altijd komen inwoners er immers
samen uit en wat de één enthousiast maakt, is voor de ander een gruwel. Het zal
kortom toch best lastig worden te bepalen wat je wel en wat je niet in regels
vastlegt en waar je wel en waar je niet op gaat handhaven. Gelukkig hebben we nog
een paar jaar de tijd voor het helemaal vast moet liggen
Abonneren op:
Posts (Atom)

