donderdag 12 april 2018

Onbevredigende besluitvorming mbt RBT

De tweede fase van het regionale bedrijventerrein (RBT) gaat vooralsnog niet door. Reden: ivm de kans op toevoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de werelderfgoedlijst van Unesco moet het betreffende gebied open blijven. Het niet doorgaan kost de Altena-gemeenten geld, maar de provincie komt ons tegemoet met 2,5 miljoen euro. Tot zover het inhoudelijke verhaal. Het gaat me om het proces.
Het RBT is een zaak van alle drie de Altena-gemeenten en is daarom besproken in de fusieraad. Besluitvorming vindt echter in de drie afzonderlijke raden plaats. Afgelopen dinsdag was dit in Werkendam aan de orde. De gang van zaken leek echter nauwelijks op een raadsvergadering. Het had meer weg van een commissievergadering: veel vragen, veel antwoorden, nieuwe inzichten en zoeken naar de beste weg. Een behandeling zoals deze plaats had moeten vinden in de fusieraad. Dat komt echter (zeer) onvoldoende van de grond.
En verder: Bedoeling (én afspraak) is dat de drie raden over gezamenlijke voorstellen exact hetzelfde besluit nemen. Ook dat is duidelijk niet gebeurd. Na ruim een uur debatteren (nou ja: vragen en antwoorden eigenlijk) kwam AL met het voorstel één punt uit het voorliggende besluit te schrappen. Dat voorstel werd aangenomen. PA stemde hier tegen omdat het genomen besluit daarmee de lading niet meer dekte, maar ook omdat er nu in Werkendam een besluit genomen is dat afwijkt van dat in Aalburg en Woudrichem. Zo ook werd er een motie aangenomen mbt dit onderwerp. Een motie die in de andere twee gemeenten wel rondging, maar uiteindelijk niet ingediend is.
Conclusie van dit wellicht wat warrige verhaal:
Het valt niet mee om als één Altena te opereren terwijl je ‘gewoon’ nog drie gemeenten bent.
De fusieraad als opiniërende en voorbereidende vergadering, voor besluiten te nemen in afzonderlijke raden, komt onvoldoende uit de verf.
De afspraak om over gezamenlijke zaken in de drie raden gelijkluidende besluiten te nemen wordt onvoldoende bewaakt.
Maar vooral vind ik het heel lastig werken en een verwarrende en frustrerende gang van zaken. En dan was ik op het dossier van het RBT nog niet eens woordvoerder.

zondag 1 april 2018

Wava in Altena?

Al heel lang geleden werd meerdere malen de wens uitgesproken om ook in het Land van Heusden en Altena een vestiging van Wava/!Go te realiseren. In het bedrijfsplan 2018 van Wava kwam deze optie zowaar weer terug. Men bleek mogelijkheden hier in de streek te onderzoeken. De wethouder meldde desgewenst dat het nog lastig is te kiezen voor óf de plek waar de meeste Wava-medewerkers wonen (Sleeuwijk) of de plaats waar de meeste bedrijvigheid voor de doelgroep plaatsvindt (Giessen). Daarnaast blijkt Wava toch ook enigszins terughoudend mbt een locatie in Altena omdat er nog zoveel ruimte over is op de locatie in Oosterhout. Ik heb gesuggereerd om in Altena in ieder geval ook de huidige gemeentehuizen van Werkendam en Woudrichem als toekomstige locatie voor Wava in het onderzoek mee te nemen.

dinsdag 27 maart 2018

Waarom inzet Bart in zwembaden verminderen?

De inzet van de buurtsportcoaches (Bart) bij onze zwembaden wordt verlaagd van 38 naar 24 uur per week. Als reden wordt gegeven dat de inzet van de buurtsportcoaches bij de zwembaden niet altijd strookt met de doelstellingen van Bart. Verlaging van de inzet van Bart leidt tegelijk tot het verhogen van de subsidie aan de zwembaden. Eea te betalen uit inkomsten van de buurtsportcoaches.
Gezien uitgangspunten en afspraken in het verleden vind ik dit een vreemde zaak. Nog geen half jaar geleden kondigde het College van B&W in een uitvoeringsplan aan de inzet van Bart in de zwembaden te handhaven. Een inzet die indertijd een mooie oplossing was voor het moeilijk te vinden personeel voor zwembaden die “slechts” 19 weken per jaar geopend zijn. Tegelijkertijd is de opzet van de buurtsportcoaches altijd geweest dat derden mee zouden betalen aan hun inzet. De zwembaden waren daarin – voor zover ik weet – één van die partijen. Waarom laat het College dit lopen? Sterker nog, waarom gebruiken B&W de inkomsten van de buurtsportcoaches nu als dekkingsmiddel voor de extra benodigde subsidie?
Namens Progressief Altena stelde ik deze en andere vragen aan het College van B&W n.a.v. hun berichtgeving in de collegebesluitenlijst van 6 maart j.l.

dinsdag 20 maart 2018

De omstandigheden van het Rabobank-besluit

Man, man, wat een avond vol ergernissen gisteren. Pakweg 45 raadsleden en een stuk of 8 collegeleden in de raadszaal van Aalburg. In deze setting vergaderde eerst de raad van Aalburg over het opheffen van geheimhouding van de cijfers mbt de aankoop Rabobank. Na een opening met een gebed. Staand. Toen de raad van Werkendam over de geheimhouding. En aansluitend de raad van Woudrichem. Na een opening met een gebed. Staand. Deze drie vergadering werden geschorst en de vergadering van de fusieraad (de drie raden van Aalburg, Werkendam en Woudrichem samen) ging van start. Met een inspreker die regelmatig zijn geluid zag wegvallen. Vervolgens een inhoudelijk punt, namelijk het uitvoeringplan Participatiewet. Ik kreeg als eerste het woord. En ook bij mij (en de sprekers die na mij kwamen) viel het geluid geregeld weg. Dat was echter nog niet eens het vervelendste. In een vergadering met meer dan 50 mensen voel je gewoon van alle kanten dat ieder woord wat je zegt er eigenlijk één teveel is. Te veel aanwezigen hebben niets met het onderwerp. Het punt dat je wilt maken rommel je daarom maar een beetje onder de tafel, daar waar je er in de raadscommissie van Werkendam vol voor zou gaan. Frustrerend.
Na het uitvoeringsplan Participatiewet de vraag of het pand van de Rabobank aangekocht zou moeten worden om dienst te gaan doen als nieuw gemeentehuis van Altena. Het leidde tot maar liefst drie schorsingen. De eerste twee (door de colleges en de CU) waren nog wel logisch, maar de derde (door AL) niet. AL moest toen onderling nog gaan bepalen hoe gestemd zou worden op het voorstel en een ingediend amendement. Hadden ze dat niet vóóraf aan de vergadering kunnen doen of in de andere twee schorsingen? Afijn de fusieraad werd afgesloten met enige verwarring over wat nu ieders stemgedrag zou zijn en de drie afzonderlijke raadsvergaderingen werden, na elkaar, weer geopend. Eerst die van Aalburg. Daar presteerde Sheikkariem (AL) het om de discussie over de huisvesting gewoon weer van vooraf aan te beginnen. De blik van menig raads- en collegelid sprak boekdelen…… De Aalburgse raadsleden stemden uiteindelijk over de huisvesting en sloten hun vergadering met een dankgebed. Vijftig mensen gingen wederom staan. De burgemeesters van Woudrichem en Werkendam pakten het gelukkig slimmer aan en vroegen hun raadsleden of slechts een stemming op de voorstellen volstond. Dat was het geval. Resultaat: De Rabobank wordt aangekocht (met een tegenstem van PA), maar er komt geen geld om de blijkbaar benodigde uitbreiding alvast voor te bereiden. Eindtijd van de vergadering: 22.45 uur, terwijl de planning 21.30 uur was. Iets dergelijks was niet de eerste keer. De lust is mij aan het vergaan.

De slag verloren

Het pand van de Rabobank in Almkerk wordt aankocht als nieuw gemeentehuis van Altena. Bijna alle partijen gingen hiermee akkoord. Alleen Progressief Altena was tegen. Collega Anne Nieuwenhuis voerde namens ons het woord. Zijn bijdrage is te lezen op http://www.progressiefaltena.nl/2018/03/de-slag-verloren/. Ik heb aan zijn verhaal niets toe te voegen.

dinsdag 13 maart 2018

Gemeentehuis in Rabobank kost bijna 14 miljoen

Progressief Altena stemde tegen de geheimhouding op de achterliggende cijfers mbt de huisvesting van de gemeente Altena. Of het hierdoor komt weet ik natuurlijk niet, maar het is wel leuk om te denken dat het dankzij mijn partij is dat de geheimhouding komende maandagavond al opgeheven wordt. Dat betekent dat de cijfers deel uit kunnen gaan maken van de discussie in de fusieraad over de aankoop van de Rabobank.
Of die cijfers dan nog van belang zijn, is de vraag. In het openbare voorstel aan de (fusie)raad staat al te lezen dat het aankoopbedrag voor het pand Rabobank 8,5 miljoen bedraagt (1,5 grond, 4,0 bouwkundig, 2,1 installaties en 0,9 inventaris). Daar bovenop komt nog 1,4 miljoen voor bouwkundige aanpassingen, parkeerplekken, inrichting en voorbereiding van de uitbreiding.  De uiteindelijke uitbreiding wordt geraamd op 3,4 miljoen. Naast dit alles zijn er ook nog de zogenaamde frictiekosten. Die bedragen 0,57 miljoen. Al met al wordt realisatie van het gemeentehuis in de Rabobank dus geraamd op (8,5+1,4+3,4+0,57=) bijna 14 miljoen euro. Dat is een ongelofelijke smak geld, waar je ook heeeeeeeeel veel andere dingen voor kunt doen.
Overigens wil ik hiermee niet zeggen dat iedere andere optie voor het gemeentehuis van Altena geen geld zou kosten. Want dat is natuurlijk niet het geval. Ook als we vanuit de drie gemeentehuizen zouden blijven opereren, moeten er flinke kosten gemaakt worden en datzelfde geldt als er toegewerkt zou worden naar het - voor Progressief Altena wenselijke - meer en meer werken vanuit de kernen.
Tot slot: ik neem aan dat verkoop van de gemeentehuizen van Werkendam en Woudrichem (zoals in het voorstel de bedoeling is) ook weer geld in het laadje zal brengen. Hoeveel dat wordt, zal de tijd moeten leren, maar 14 miljoen zal het vast niet zijn…..

Jeugdbeschermingsketen schokkend lang

Bij de stukken voor de fusieraad een schokkend rapport dat het vermoeden bevestigt van de drie jeugdzorgregio’s: “De jeugdbeschermingsketen is daadwerkelijk langer geworden met de komst van de jeugdwet. Dit heeft deels te maken met het grote aantal verschillende instellingen die onderdeel uitmaken van de keten, en met de manier van samenwerken in de jeugdbeschermingsketen. Door de omvang en complexiteit van de keten, is de invloed van gemeenten op het functioneren ervan beperkt.”
In het 90 pagina’s tellende rapport (dat ik slechts fragmentarisch gelezen heb) staat dat de maximale normtijd 5 maanden mag bedragen, maar dat de gemiddelde doorlooptijd maar liefst 8,2 maanden was. Slechts zeer ten dele wordt dit verklaard door de wachtlijsten bij de raad voor de Kinderbescherming (verdorie: wachtlijsten zouden daar niet mogen zijn!). Schokkend was de mededeling van één van de bevraagde ouders dat zij maar liefst 68 (ja: acht-en-zestig!) verschillende mensen gesproken had mbt haar kind.
Voor mij is de gehele jeugdwet (ondanks mijn achtergrond) vanaf het prille begin ondoorzichtige materie geweest. Tegelijk heb ik van dichtbij gezien hoe lastig het is om je weg te vinden in (jeugd)zorgland en om hulp snel en vooral ook passend geregeld te krijgen. Als het gaat om het welzijn van je kind,  van een kind, moeten lange wachttijden, lange doorlooptijden en regelmatige wisseling van hulp/zorgverleners niet aan de orde zijn!
Gelukkig is dit nu duidelijk in beeld bij gemeenten en aanbieders en is er ook een aanpak op losgelaten. Maar woorden als “omvang”, “complexiteit” en “beperkte gemeentelijke invloed” maken dat ik er nog niet direct heel veel vertrouwen in heb. Ik voel me machteloos.